• Hoeven
  • Oud Gastel
  • Bosschenhoofd
  • Basiliek Oudenbosch
  • Basiliek Oudenbosch
  • Oud Gastel
  • Bosschenhoofd
 
 




link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook

15e Zondag door het jaar

zondag 12 juli 2020

De moed om te dienen

Bezinning bij de lezingen

Niet met wapens en met machtsvertoon wordt een mens meer mens. Niet met macht en dwingelandij komen mensen tot hun recht. Alleen door de moed om te dienen wordt een mens zoals hij bedoeld is.

Niet met geleerde en abstracte betogen voegt een mens iets toe aan zijn menszijn. Niet met verboden en geboden wordt een mens geholpen op zijn levensweg. Alleen door de moed om te dienen wordt een mens mens van God.

Niet met niets ontziende wetten komt een mens op het goede spoor. Niet met harde maatregelen

wordt iemand een mens van vrede. Alleen door de moed om te dienen vindt een mens zijn toekomstweg.

Niet met woorden van haat en jaloezie bereikt een mens zijn levensdoel. Niet met blikken die doden komen mensen tot volop leven. Alleen door de moed om te dienen wordt een mensenleven waardevol.

Auteur: pater Wim Holterman osfs

Eerste lezing

Jesaja 55, 10-11

Zo spreekt de Heer: ‘Zoals de regen en de sneeuw uit de hemel vallen en daar pas terugkeren wanneer zij de aarde hebben gedrenkt, haar vruchtbaar hebben gemaakt en haar met groen hebben bedekt, wanneer zij het zaad aan de zaaier hebben gegeven en het brood aan wie moet eten; zó zal het ook gaan met het woord dat komt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar Mij terug; het keert pas weer wanneer het mijn wil heeft volbracht en zijn zending heeft vervuld.’

Epistellezing

Romeinen 8, 18-23

Broeders en zusters, ik ben ervan overtuigd, dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijk-heid waarvan ons de openbaring te wachten staat. Ook de schepping verlangt vurig naar de openbaring van Gods kinderen. Want zij is onderworpen aan een zinloos bestaan, niet omdat zij het zelf wil, maar door de wil van Hem die haar daaraan onderworpen heeft. Maar zij is niet zonder hoop, want ook de schepping zal verlost worden uit de slavernij der vergankelijkheid en delen in de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods. Wij weten immers dat de hele natuur kreunt en barensweeën lijdt, altijd door. En niet alleen zij, ook wij zelf, die toch reeds de eerstelingen van de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten over ons eigen lot, zolang wij nog wachten op de verlossing van ons lichaam.

Evangelielezing

Mattheüs 13, 1-23

Op zekere dag verliet Jezus zijn huis en ging aan de oever van het meer zitten. Toen verzamelde zich bij Hem een menigte zó talrijk, dat Hij in een boot moest stappen om daar plaats te nemen, terwijl de hele menigte langs het strand bleef staan. Hij sprak tot hen over vele dingen in gelijkenissen. ‘Eens’, zo begon Hij, ‘ging een zaaier uit om te zaaien. Bij het zaaien viel een gedeelte op de weg en de vogels kwamen het opeten. Een ander gedeelte viel op de rotsachtige plekken, waar het niet veel aarde had; het schoot snel op omdat het in ondiepe grond lag. Toen de zon was opgekomen, kreeg het te lijden van de hitte, zodat het verdorde bij gebrek aan wortel. Weer een ander gedeelte viel onder de distels en deze schoten op, zodat het verstikte. Een ander gedeelte tenslotte viel op goede grond en leverde vrucht op deels honderd-, deels zestig-, deels dertigvoudig. Wie oren heeft, hij luistere.’ Zijn leerlingen kwamen Hem vragen: ‘Waarom spreekt Gij tot hen in gelijkenissen?’ Hij gaf hun ten antwoord: ‘Aan u is het gegeven de geheimen van het Rijk der hemelen te kennen, maar aan hen is het niet gegeven. Aan wie heeft, zal gegeven worden, en wel in overvloed; maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden, zelfs wat hij heeft. Als Ik tot hen spreek in gelijkenissen, dan is het omdat zij, ofschoon zij ogen hebben, niet zien en, ofschoon zij oren hebben, niet horen of begrijpen. Zo wordt in hen de profetie van Jesaja vervuld die aldus luidt: Met uw oren zult gij luisteren en toch niet verstaan, met uw ogen zult gij kijken en toch niet zien. Want verhard is het hart van dit volk, met hun oren luisteren ze slecht en hun ogen doen zij dicht, uit vrees dat zij zouden zien met hun ogen, met hun oren zouden horen, met hun hart zouden verstaan, zich zouden bekeren en Ik hen zou genezen. Maar gelukkig uw ogen, omdat zij zien, en uw oren, omdat zij horen! Want voorwaar, Ik zeg u, vele profeten en rechtvaardigen hebben verlangd te zien wat gij ziet, maar zij hebben het niet gezien; en te horen wat gij hoort, maar zij hebben het niet gehoord. Gij dan, luistert naar de gelijkenis van de zaaier. Zo dikwijls iemand het woord van het Koninkrijk wel hoort maar niet begrijpt, komt de boze en rooft weg wat gezaaid ligt in zijn hart; dat is hij die op de weg gezaaid is. Die op rotsachtige plekken werd gezaaid, is hij die het woord hoort en het terstond met blijdschap opneemt, maar hij heeft geen wortel geschoten, hij leeft bij het ogenblik, en als hij omwille van het woord onderdrukt of vervolgd wordt, komt hij onmiddellijk ten val. Die gezaaid werd tussen distels is hij die het woord wel hoort, maar dit wordt door de zorgen van de wereld en de begoocheling van de rijkdom verstikt en zo blijft het zonder vrucht. Maar die in goede aarde werd gezaaid, is hij die het woord hoort en begrijpt en daarom vrucht draagt; bij de één is de opbrengst honderdvoudig, bij een ander zestigvoudig en bij een ander dertigvoudig.’

 

God in fragmenten

1 Koningen 17, 17-24

Gezien worden


 

Postbus 174, 4730 AD Oudenbosch • Markt 59, 4731 HN Oudenbosch • (0165) 330 502 • info@bernardusparochie.nl      Website gerealiseerd door iMoose