• Hoeven
  • Oud Gastel
  • Bosschenhoofd
  • Basiliek Oudenbosch
  • Basiliek Oudenbosch
  • Oud Gastel
  • Bosschenhoofd
 
 




link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook

2e zondag van Pasen – Beloken Pasen

zondag 28 april 2019

De Gelovige Thomas

Bezinning bij de lezingen

Wat een geluk, dat hij zich niet laat meeslepen door dat geloven achter gesloten deuren. Hij is een realist, geen dromer. Geloven is niet iets buiten de werkelijkheid. Het moet voeten in onze aarde hebben. Het is niet los verkrijgbaar. Geloven is leven, is liefhebben, is vergeven. Maar geloven is ook: twijfelen, tekort schieten. Het krijgt misschien wel het meest handen en voeten, waar het leven ons wonden toebrengt. Want dat is geloven vooral: worstelen, zoeken, telkens nieuwe wegen gaan, deuren openen naar anderen. Het is het lijden zien op uitnodiging van de Levende zelf. Hij zei: Bezie mijn handen, steek uw hand uit naar mijn wonden. In het lijden van onze tijd en onze wereld mogen we de Verrezene herkennen en erkennen. Waar mensen in opstand komen tegen onrecht, daar staat Hij opnieuw op en zegt vrede aan. Als mensen kopje onder dreigen te gaan aan het leven, dan staat Hij op om - door mensen - vaste grond te worden. En als mensen zich terneer gedrukt voelen, daar is Hij vergevend aanwezig. Thomas heeft dat als geen ander ingezien. Geloven in de Verrezene kun je pas als je handen uitsteekt naar de wonden van deze wereld. In het lijden komt Hij aanwezig, soms onzichtbaar, soms ontastbaar. En toch: ook ongezien mogen we in Hem geloven als een fundament voor ons leven, als een garantie voor een eeuwige toekomst.

Auteur: pater Wim Holterman osfs

Eerste lezing

Handelingen 5, 12-16

Door de handen van de apostelen geschiedden er vele wondertekenen onder het volk. Allen waren eensgezind en kwamen tezamen in de Zuilengang van Salomo. Van de overigen durfde niemand zich bij hen te voegen, hoezeer het volk hen ook prees. Steeds meer geloofden er in de Heer; mannen zowel als vrouwen sloten zich in grote groepen bij hen aan. Men bracht zelfs de zieken op straat; ze werden neergelegd, de een op een bed, de ander op een draagbaar, in de hoop dat als Petrus voorbijging tenminste zijn schaduw op een van hen zou vallen. Zelfs uit de steden rondom Jeruzalem stroomden de mensen toe. Zij brachten zieken mee en mensen die van onreine geesten te lijden hadden, en allen werden genezen.

Epistellezing

Apocalyps 1, 9-11a.12-13.17-19

Ik, Johannes, uw broeder en uw deelgenoot in de verdrukking en in het koninkrijk en de verwachting van Jezus, ik bevond mij op het eiland Patmos omwille van het woord Gods en het getuigenis over Jezus. Ik raakte in geestvervoering op de dag des Heren en hoorde achter mij een stem, luid als een trompet, die riep: ‘Schrijf op in een boek wat gij ziet en stuur het aan de zeven kerken’. Ik keerde mij om om te zien wie mij had aangesproken. En toen ik mij omkeerde zag ik zeven gouden luchters, en tussen de luchters iemand als een Mensenzoon, gekleed in een gewaad dat tot de voeten reikte, het middel omgord met een gouden gordel. Toen ik Hem zag viel ik als dood voor zijn voeten. Maar Hij legde zijn rechterhand op mij en sprak: ‘Vrees niet. Ik ben het, de Eerste en de Laatste, de Levende. Ik was dood, en zie Ik leef in de eeuwen der eeuwen. En Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk. Schrijf dan op wat gij gezien hebt, èn wat nu is èn wat hierna geschieden zal.’

Evangelielezing

Johannes 20, 19-31

Op de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij u’. Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: ‘Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft zo zend Ik u’. Na deze woorden blies Hij over hen en zei: ‘Ontvangt de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven’. Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: ‘Wij hebben de Heer gezien’. Maar hij antwoordde: ‘Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven’. Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij u’. Vervolgens zei Hij tot Tomas: ‘Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig’. Toen riep Tomas uit: ‘Mijn Heer en mijn God!’ Toen zei Jezus tot hem: ‘Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben’. In het bijzijn van zijn leerlingen heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan welke niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt in zijn Naam.

 

God in fragmenten

1 Koningen 17, 17-24

Gezien worden


 

Postbus 174, 4730 AD Oudenbosch • Markt 59, 4731 HN Oudenbosch • (0165) 330 502 • info@bernardusparochie.nl      Website gerealiseerd door iMoose